Verslag van de Werkgroep Roofvogels 2006

 

Na een vrij zachte winter, met een paar keer een laagje sneeuw, was het voorjaar vrij droog en koud. De muizenstand was toen (voorjaar) dramatisch slecht zodat de muizeneters zoals torenvalk, buizerd en ransuil weinig broedactiviteiten vertoonden. Het was vrij stil in het veld, de vogels spaarden hun energie om toch te overleven.

Bij onze eerste controle van verschillende nestbakken van de torenvalk bleken heel wat nestbakken niet bezet te zijn of er lagen nog geen eieren in. Later in de tijd bleek ook dat de uitkomsttijd meestal 2 á 3 weken later in de tijd was dan in andere jaren.

 

Ook bij de buizerds die wel een nest hadden opgebouwd bleek veelal dat er geen eieren werden gelegd en dat het buizerdpaar verdwenen was. Bij buizerdparen met jongen verdween er meestal wel één jong om te dienen als voer voor de broer of zus, of soms zelfs voor de ouders. We hadden zelfs enkele buizerdnesten met al jongen van 2 weken die plots verdwenen waren en waarschijnlijk opgegeten waren door het ouderpaar.

 

Bij de controle op ransuilen, wat je het beste kunt doen ’s avonds, te beginnen bij de schemering, bleek dat er heel weinig paartjes waren. Ook bij een latere controle bleek dat je nergens jonge ransuilen hoorde bedelen.

Ook de bruine kiekendieven bleken het zwaar te hebben, enkele paartjes hebben helemaal niet gebroed, verder kleinere legsels. Margje Abma en ondergetekende hebben heel wat uurtjes zitten spieden naar prooioverdracht van de man naar de vrouw, maar moesten soms uren wachten tot dit gebeurde, of de man kwam vaak weer terug zonder prooi. Bij controle van enkele nesten tijdens het ringen bleek dat sommige paartjes kiekendieven alleen maar kleine visjes voerden aan de jongen.

In de Gaasterlandse bossen was het dit jaar ook weer slecht gesteld met de broedresultaten van de roofvogels. Bij de controle van de bosuilkasten bleken de meeste kasten weer bezocht te zijn door de marter. In één kast was zelfs een buizerd naar binnen gesleept, veel kasten zaten vol met prooiresten en stonken een uur in de wind. Ook waren er geen kasten waar koolmezen in broeden, terwijl dit in voorgaande jaren wel zo was. Drie nesten van de buizerd werden overgenomen door nijlganzen. Eén nest van de havik werd gepredeerd door de marter, waarin al jongen zaten van 2 á 3 weken.

 

Het totaal overzicht van de broedresultaten in onze regio zag er als volgt uit:

 

Soort

Aantal nesten

Geringde jongen

Gemiddeld

Buizerd

25

35

1.40

Ransuil

2

5

2.50

Torenvalk

54

215

4.00

Sperwer

6

23

3.85

Havik

8

23

2.87

Bruine Kiekendief

14

35

2.50

Boomvalk

1

3

3.00

 

Geslaagd, maar niet geringd:

Soort

Aantal nesten

Aantal jongen

Gemiddeld

Buizerd

2

4

2.00

Bruine Kiekendief

7

19

2.70

Torenvalk

1

4

4.00

Steenuil

2

6

3.00

 

Niet geslaagd, dus mislukt:

Soort

Aantal nesten

Fase

Oorzaak

Bruine Kiekendief

6

19 eieren / jongen

Nijlgans – mens – onbevrucht

Buizerd

12

22 eieren / jongen

Nijlgans – verlaten – predatie

Havik

3

9 eieren / jongen

Marter – onbevruchte eieren

Sperwer

4

16 eieren / jongen

Vrouw dood – mens – marter

Ransuil

1

3 jongen

Ekster

Boomvalk

2

6 eieren

Zwarte kraaien

Steenuil

1

4 eieren

Niet uitgekomen / verlaten

 

Uit bovenstaande overzichten blijkt dat we dit jaar in totaal 151 broedparen van de roofvogels hebben kunnen lokaliseren. In 2005 waren dit er 283 broedparen, we zien dus een enorme teruggang. De buizerd heeft 45% afname, ransuil 98% afname, torenvalk 50% afname, de andere soorten zijn met 10-20% afgenomen. We zien dus hoe belangrijk het voedsel is en vooral de muizen.

 

Als “Fjildman” weet ik dat in mijn gebied meer weidevogels zijn groot geworden dan in voorgaande jaren. Je zou dus kunnen stellen dat de buizerd en de bruine kiekendief dus genoeg eten hadden aan de weidevogel jongen. Hier blijkt ook weer uit, dat deze roofvogels weinig jongen van de weidevogels eten; wat ook al uit braakbalonderzoek en wat wij op de nesten vinden is bewezen. Dus al die wilde verhalen over roofvogels dat die zoveel weidevogeljongen opeten en de stand van de weidevogels bedreigen klopt dus niet!

In het jaar 2006 heb ik ongeveer weer een 70 stuks terugmeldingen ontvangen van de door mij geringde roofvogels. Drie torenvalken zijn uit de provincie Zeeland teruggemeld, afstand variërend van 175-230 km. Eén buizerd werd uit Rotterdam teruggemeld, 135 km en maar 1 jaar oud. De meeste roofvogels zijn weer door het verkeer dood gereden (trein – auto).

 

In 2006 zijn in totaal door mij geringd:

Buizerd

   56    jongen

Havik

   33    jongen

Bruine kiekendief

   41    jongen

Torenvalk

   320  jongen

Sperwer

   38    jongen

Boomvalk

   3      jongen

Ransuil

   5      jongen

 

In totaal dus 496 vogels geringd, vorig jaar waren dit er 1050 vogels, een vermindering van meer dan 50%. Liefhebbers die mee willen gaan om de nesten op te zoeken e.d. kunnen zich bij mij aanmelden.

 

Namens de werkgroep,

 

Willem Louwsma