Verslag van de Werkgroep Kerkuilen 2006
De winter was vrij zacht met wel eens een beetje sneeuw, maar geen echt sterk ijs. Als ik zo de weilanden door liep in januari, februari en maart, viel me al op dat je nergens sporen van muizen vond. Ook in het voorjaar en de zomer geen verbetering in de muizenstand. Wel kreeg ik in het voorjaar geregeld dode kerkuilen met meestal een gezegde van: “ Dit was de laatste en het is nu zo stil in de schuur”.
Tijdens onze eerste controle rond de 10e juni bleek dat de meeste kasten niet bezet waren, d.w.z. geen broedsel en soms zelfs helemaal geen uilen meer aanwezig. Bij Klaas Steenbeek op Kouffurderige waren wel 4 jonge uilen in de kast, de oudste was toen een week en deze 4 uilen konden we ringen op 13 juli. Zo laat heb ik nog nooit mijn eerste kerkuilen geringd.
Gerrit van der Meer werd er tureluurs van dat er zo weinig kerkuilen meer waren, hij had echt “in min sin”. Van alle broedsels bleek wel één ei of een jong verdwenen te zijn.
Het overzicht in onze regio is:
15 broedparen geslaagd met 48 jongen
1 broedpaar 4 pullen dood in kast
1 broedpaar met 1 ei al verlaten op 12 juni
Totaal dus 17 broedparen. In 2005 waren er 80 broedparen, ons recordjaar was dat en nu is er nog maar zo’n 20% over van ons kerkuilen bestand.

Er zijn ongeveer 80 terugmeldingen van geringde kerkuilen bij mij binnengekomen. Ze zijn heel Nederland doorgevlogen, de versten zijn teruggevonden in Pienshil 160 km, Numansdorp 151 km, beiden waren kerkuilen met 2005 als geboortejaar. In totaal zijn er in 2006 216 kerkuilen door mij geringd, vorig jaar waren dit er nog 635, dus een enorme terugval in 2006.
Wie wil er mee helpen bij de controle van de broedkasten? Meld je aan!
Namens de werkgroep,
Willem Louwsma