Een heel helder geluid komt uit de Winterkoning. Het lijkt in het veld wel op de
Roodborst. Maar het is toch goed herkenbaar omdat er altijd ergens in het lied
een lange triller verborgen zit.
Herkenning
L 10 cm. Veel kleiner
dan een mus, maar een centimeter groter dan het kleinste vogeltje in Nederland:
de Goudhaan. De Winterkoning heeft staartveren die altijd parmantig rechtop
staan.
De naam van de Winterkoning is vast een van de bekendste vogelnamen. Wie heeft
er nui niet van deze vogel gehoord? Deze kleine, parmantige roodbruingestreepte
vogel is erg luidruchtig en de soort komt behalve in onze natuurgebieden ook in
menige stadstuin voor, zodat eigenlijk iedereen deze vogel zou moeten kennen. De
zang is opvallend luid en kan ook buiten het broedseizoen geregeld worden
gehoord. Dat toch lang niet iedereen de Winterkoning direct herkent, komt vast
en zeker doordat deze soort niet alleen in West-Europa tot één van de kleinste
vogelsoorten behoort, maar ook omdat zij zich in het algemeen tamelijk
schuilhouden. Maar wie eenmaal het kenmerkende, driestrofige lied van deze
zangvogel heeft gehoord, zal merken dat de Winterkoning een talrijke vogelsoort
is.
Deze vogel is hier voornamelijk standvogel, maar ook wel doortrekker en
wintergast.
Biotoop
Winterkoningen broeden
op zeer uiteenlopende plaatsen in verscheidene typen gebieden, zoals naald- en
loofbossen, singels en heggen, parken, tuinen. Ze broeden ook in vrij open
gebieden, zoals de duinen, maar hebben wel een voorkeur voor water, dus zeer
droge gebieden worden enigszins gemeden.
Voedsel
Het hoofdvoedsel van
Winterkoningen bestaat uit insecten, spinnen en ook slakken, die in de winter
moeilijk bereikbaar zijn. Waarschijnlijk zullen zij bij schaarste daarvan
slechts uit nood overgaan op het nuttigen van zaden en bessen en die gebruiken
als bijvoedsel.
Trekken of blijven: Blijven.
Bedreigd of niet?
Niet bedreigd. De
Winterkoning is tamelijk gevoelig voor strenge koude tijdens de winter. Er kan
dan een behoorlijke sterfte optreden. In sommige jaren kan het aantal broedparen
dan wel afnemen met veertig tot vijftig procent. Gelukkig kan de stand zich ook
weer behoorlijk snel herstellen en zo kan de vogel na zo'n sterke afname in twee
tot drie jaar weer helemaal terug zijn op het oude niveau. Een snel herstel is
mogelijk doordat Winterkoningen, die normaal gemiddeld zeven eieren in hun nest
leggen, onder gunstige omstandigheden wel tot maximaal zestien eieren kunnen
leggen en ze kunnen wel twee à drie maal per seizoen een legsel krijgen.
Het verdwijnen van deze vogels bij strenge vorst wordt vooral veroorzaakt door
gebrek aan voedsel en doodvriezen. Om daaraan te ontkomen, verblijven ze 's
winters vaak in groepjes dicht tegen elkaar aangedrukt in een speelnest, soms
wel met zijn tienen.
Aantal broedparen in Nederland: 300.000-400.000 broedparen (1987)
bron: http://www.ivnvechtplassen.org/ivn_vogels_park_bos/Winterkoning_Troglodytes-troglodytes.html