De Sperwer

Grootte
lengte mannetje: 28 cm lengte vrouwtje: 38 cm spanwijdte mannetje: 59 - 65 cm
spanwijdte vrouwtje: 68 - 77 cm
Biotoop
De sperwer heeft een voorkeur voor bossen en bosjes in halfopen landschap. Ook
kleine bossen, minder dan 10 ha, worden niet gemeden. Opvallend is ook de
toename in stedelijke gebieden. Door de vele voederhuisjes in stadstuintjes
vindt hij genoeg prooien.
Voortplanting
Sperwers paren vroeg in april. Tijdens de balts zie je de sperwers 's morgens
heel vroeg boven de boomkruinen vliegen waarbij ze in de opwaartse luchtstromen
zweven. Het nest wordt dicht tegen de stam van de boom aangebouwd (meestal
naaldbomen) en voornamelijk door het vrouwtje gemaakt terwijl het mannetje het
materiaal aandraagt. Soms wordt als basis een oud nest van Houtduif of Zwarte
Kraai gebruikt. De sperwer voert het nieuwe nest met dons, twijgen en schors.
De sperwer legt eind april-juni haar 1à 7 ronde, blauwachtig witte, donkerbruin
getekende eieren. Deze worden in 35 à 52 dagen uitgebroed. De spierwitte jongen
groeien erg snel en kunnen reeds 35 dagen vliegen. Wanneer ze het nest
definitief verlaten hebben de onvolwassen vogels een donkerbruine bovenzijde en
vaak roestkleurige randen aan de veren. De dwarsstrepen op de buik zijn breder
en onregelmatiger dan bij volwassenen. Op de hals en het bovenste gedeelte van
de borst zijn horizontale strepen te zien.
Voedsel
Hoewel de meeste prooien met behulp van de verrassingstaktiek wordt gevangen,
weet de Sperwer zijn slachtoffer ook door een snelle vlucht, waarbij hij de
prooi in al zijn wendingen precies volgt, te overmeesteren. Een vogeltje maakt
alleen enige kans aan de naaldscherpe klauwen te ontsnappen als het in zeer
dicht struikgewas duikt. Nu en dan is de Sperwer wat langer te zien, namelijk
als hij hoog boven een bos rondcirkelt - mogelijk op zoek naar een winterzwerm
vinken. Prooidieren zoals mezen worden in volle vlucht gegrepen. Ze worden eerst
geplukt, meestal op een boomstronk of in een oud nest. Het mannetje grijpt
zangvogels tot een grootte van een mus. Het vrouwtje grijpt zangers in de
grootte van merel, lijsters en gaaien. Bij uitzondering worden zelfs vogels
geslagen die groter zijn, zoals duiven (ongeveer 1% prooikeuze). Soms ook kleine
zoogdieren (dan vooral muizen) en insecten.

Kenmerken
Het mannetje heeft grijze bovendelen en roodbruin gestreepte onderdelen. Hij is
iets groter dan een merel. Het volwassen vrouwtje is duidelijker dwarsgestreept
op de borst en onderzijde van de veren. De bovenzijde van het vrouwtje is
bruiner dan die van het mannetje. Het vrouwtje heeft een lichte streep boven het
oog, ontbreekt gewoonlijk bij het mannetje. Ze hebben beide een havik-achtig
profiel met enkele trekken van een valk. De korte, ronde vleugels van de Sperwer
en zijn lange staart zijn duidelijk aan de jacht in bossen aangepast: met lange
vleugels zou hij minder goed tussen de bomen kunnen manoeuvreren. In vlucht
wisselt hij snelle vleugelslagen af met korte zweefperioden.
Trek
Onze inheemse adulte sperwers zijn standvogels. Ze verplaatsen zich in de winter
wel over bescheiden afstanden om in de nabijheid van steden en dorpen aan
voedsel te geraken. Juveniele vogels trekken in oktober naar het zuiden. Ze
overwinteren in Frankrijk en Spanje. Gedurende de trek, voornamelijk in oktober,
krijgen we hier ook noordelijke sperwers te zien.
Aantallen
Het gaat erg goed met de Sperwer. Na het verbod op zware pesticiden zoals DDT,
kent hij een ware come-back.
bron:http://natuurbeleving.scene24.net/vogels/Sperwer_Accipiter-nisus.html