IJsvogel

IJsvogel (Alcedo atthis)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Biotoop: stilstaand en stromend, helder en visrijk water met steile oevers in bossige of halfopen omgeving.

IJsvogels zijn in de broedtijd kenmerkende vogels van beken en rivieren met zoet, stromend water. In mindere mate wordt ook bij stilstaande, visrijke wateren gebroed. De aanwezigheid van zandige of lemige oeverranden is een vereiste, omdat daarin de nesttunnel wordt uitgegraven.

Trekken of blijven: 's Winters worden ijsvogels ook bij meer open en brakke of zoute wateren gezien. Het enige wat dan telt, is de aanwezigheid van voldoende voedsel - kleine visjes, waterinsekten en dergelijke - en een ijsvrij, helder wateroppervlak om dat voedsel te kunnen bemachtigen.

Bedreigd of niet? De ijsvogel staat op de Rode Lijst omdat het aantal broedparen duidelijk is afgenomen en de verspreiding gering is.

Het aantal broedende ijsvogels in ons land is erg wisselvallig, hetgeen vooral te maken heeft met de fnuikende invloed van Elfstedentocht-winters. Waarschijnlijk schommelde het totaal aantal broedparen tot begin jaren zestig tussen enkele tientallen en enkele honderden paren. Na de strenge winter van 1963 trad wel een herstel op, maar dit verliep moeizaam. Pas in 1975 werden weer zo'n 300 broedparen geteld, een aantal dat sindsdien niet meer is bereikt. De laatste jaren schommelt de stand tussen de 125 en 250 paar. De meeste ijsvogels broeden op de zandgronden van oostelijk Noord-Brabant, Limburg en de Achterhoek, in de duinstreek en langs de grote rivieren.

Het moeizame herstel van de ijsvogel na de laatste strenge winters heeft alles te maken met de achteruitgang van de kwaliteit van het belangrijkste broedbiotoop; de beken. Negatieve factoren zijn het kanaliseren, waarmee broedgelegenheid verdwijnt en de beek 's zomers sneller uitdroogt, en de vermesting, waardoor het water troebel wordt en belangrijke prooidieren verdwijnen. Bij het in 1994 gestarte Project IJsvogel staat het herstel van natuurlijkheid van beken dan ook centraal; van zo'n herstel zal de ijsvogel als 'top-predator' van het beek-ecosysteem zeker profiteren. Vogelwerkgroepen kunnen een belangrijke rol spelen bij het project. Ten eerste is het van groot belang om te weten waar nog ijsvogels broeden (een goed overzicht ontbreekt momenteel vooral in Noord-Brabant en Twente). Verder kunnen plaatselijke knelpunten worden aangegeven en kan alarm worden geslagen bij het constateren van ijsvogel-bedreigende acties als het kappen van bomen rond en lozen van mest in de beek. Ook komt het nogal eens voor dat - vaak nietsvermoedende - recreanten de nesttunnel intrappen of de oudervogels dermate verstoren, dat deze het nest verlaten. Het behoud van rust op de broedplaatsen is dus van groot belang, en dat geldt ook voor kanovaarders en - al dan niet met camera's gewapende - vogelaars! Het creëren van kunstmatige broedplaatsen (een steilwand of een nesttunnel) nabij van nature geschikte nestplaatsen zoals lemige beekoevers wordt afgeraden. Vooral op kleiige plaatsen in het westen des lands kan het aanbrengen van zo'n steilwand wel van nut zijn, speciaal bij wateren waar de soort 's winters geregeld wordt gezien. Zorg er wel voor dat de nestwand niet door recreanten benaderd kan worden. Zowel overdag als 's nachts vliegen ijsvogels zich nogal eens dood tegen ruiten en auto's. Het plakken van - in de winkel van Vogelbescherming verkrijgbare - stickers op ramen en terrasruiten kan deze sterfte verminderen. Vogelwerkgroepen kunnen ijveren voor het plakken van dergelijke stickers op ruiten van openbare gebouwen, bus-abris en geluidsschermen, waar sterfte is geconstateerd. Tot slot kunnen de overlevingskansen in strenge winters vergroot worden door het openhouden van wakken.

Aantal broedparen in Nederland: 375-425 broedparen (1998)

Verspreiding in Nederland (1979):

Atlas van de Nederlandse Broedvogels,
Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland

Slappe wintertjes goed voor aantal broedende ijsvogels

Uit Trouw, 10 augustus 2000

De ijsvogelstand in Nederland maakt een stevige groei door. Sovon Vogelonderzoek schat het aantal broedparen dit jaar op rond de 250. Vorig jaar waren dat er ongeveer 165.

De ijsvogel komt sterk terug na een paar slechte jaren. Tussen 1996 en 1999 stond de blauw-oranje visetende 'schicht' er met 35 à 90 broedparen in Nederland niet al te best voor. Dit was het gevolg van de strenge winter van 1995-'96. Na de barre winter van 1962-'63 bijvoorbeeld vlogen er nog hooguit 15 paartjes rond. Het duurde toen tien jaar voordat de ijsvogelstand weer enigszins op peil was.

Als gevolg van de afgelopen zachte winters is het aantal broedparen de laatste twee jaar spectaculair toegenomen. Bij opnieuw een zachte winter zou het record (400 paartjes) van 1995 wel eens gebroken kunnen worden, vermoedt Sovon.

IJsvogels broeden vooral in het oosten, midden en zuiden van Nederland. Het liefst graven zij hun broedpijpen in zandige oevers van beken. Maar zij maken ook gebruik van nestgelegenheid, die vogelaars voor ze creëren.

http://www.ivnvechtplassen.org/ivn_vogels_plas_moeras/IJsvogel_Alcedo-atthis.html